Naar een nieuw informatiehuis Geluid

Verspoor Advies heeft de afgelopen periode in opdracht van het Ministerie van I&M gewerkt aan de verbetering van de informatievoorziening van het geluidbeleid. Onderdeel van het introduceren van de Omgevingswet is het uitvoeren van een verbeterslag als het gaat om de beschikbaarheid, bruikbaarheid en bestendigheid van basisgegevens. Daartoe is het concept van de Laan van de Leefomgeving geïntroduceerd, waarin een nieuw perspectief op de gegevensvoorziening wordt geschetst. Centraal daarin staat de gebruiker, die overal op dezelfde wijze aan zijn gegevens moet kunnen komen en aan de aanbodkant wordt ingespeeld op nieuwe vormen van gegevensverzameling, zoals de zgn. “big data”. Langs die Laan staan informatiehuizen voor de verschillende thema’s van het beleid voor de Leefomgeving en de Laan voorziet in een infrastructuur voor basisgegevens en biedt voor alle gebruikers een loket waar kwalitatief goede gegevens over de omgeving beschikbaar zijn.
Nu is die gegevensvoorziening, zeker voor het onderwerp geluid, nog een versnipperd geheel. Elk bevoegd gezag maakt zijn eigen berekeningen en maakt keuzen over het gebruik van allerlei invoergegevens. Hierdoor zijn gegevens vaak niet consistent in de tijd of wanneer men naar een groter gebied kijkt. De inschatting is dat dit veel beter en efficiënter kan. De site Ruimtelijke plannen.nl is daarvan een goed voorbeeld.

Even een persoonlijke ervaring tussendoor: ik moest een schuur vernieuwen en wilde, voordat ik een bouwvergunning ging aanvragen, weten welke eisen het bestemmingsplan daaraan stelde. In onze gemeente doet de Omgevingsdienst het bouw- en woningtoezicht en in een overleg met een medewerker van die dienst bekeek ik de mogelijkheden. Hij gebruikte daarbij niet zijn eigen bestanden en ook niet informatie op de site van de gemeente, maar ging naar ruimtelijkeplannen.nl en zoomde in op mijn achtertuin, bekeek de bestemmingsplankaart, haalde de kadastrale kaart erbij en voor de beeldvorming ook een recente luchtfoto. Zo hadden we de juiste informatie bij de hand om in het gesprek een goede beoordeling te maken. Het zou toch mooi zijn wanneer in zo’n situatie, via een geïntegreerd loket, ook de gegevens over geluid, luchtkwaliteit, bodem en water beschikbaar zouden zijn, om het beeld te completeren.

Terugkomend op geluid kan je als doel voor de lange termijn stellen dat er een geluidkaart – en dan doel ik niet alleen op de kaart zelf, maar ook op de daarachter liggende gegevensbestanden – voor heel Nederland beschikbaar komt, die van zodanige kwaliteit is dat hij gebruikt kan worden voor monitoring en toetsing. We kijken dan met een scheef oog naar luchtkwaliteit, waar zoiets in de vorm van de Monitoringstool luchtkwaliteit gerealiseerd is. Duidelijk is echter wel dat dit voor geluid een aanzienlijk grotere opgave is. Geluid is een kleinschaliger verschijnsel, spanning ten opzichte van de normen en daardoor de behoefte om te toetsen, komt overal voor en een kaart moet dus landsdekkend zijn. Daar staat tegenover dat de kwaliteit van basisgegevens steeds beter wordt en dat de ICT-mogelijkheden om voor grote gebieden te rekenen steeds groter worden. Dat pleit ervoor om een traject in te gaan naar het stapsgewijs organiseren van de totstandkoming van zo’n landelijke kaart. Een eerste stap kan zijn om de geluidkaart van Nederland, die in 2017 voor de EU gemaakt moet worden centraal te maken. Daarmee bedoel ik: met gebruik van centrale registers èn lokale data, die op consistentie zijn getoetst door een centrale instantie. Door tegelijkertijd te werken aan kwaliteitsverbetering, zowel aan de invoer- als aan de uitvoerkant, kan vervolgens de slag naar een kaart die ook voor toetsing geschikt is worden gemaakt.
Belangrijk is ook dat gelijk op gewerkt wordt met gelijksoortige thema’s zoals luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid. Aan de invoerkant is synergie te bereiken bij het beter geschikt maken van de centrale registers, met name waar het gaat om gegevens over de omvang van de activiteiten, zoals de verkeersdata en de economische scenario’s. Aan de uitvoerkant vraagt de gebruiker om een presentatie in de vorm van kaarten en tabellen, zodat vergelijkbaarheid met andere thema’s binnen het domein van de Omgevingswet is verzekerd.

Het perspectief dat hier in grove lijnen is geschetst, is verder uitgewerkt in het rapport van Verspoor Advies: “Basisgegevens geluid en Omgevingswet”. Het rapport is op te vragen via een mail aan hans@verspooradvies.nl

Highlights Dag van de Stadslandbouw op in Rotterdam

Op 25 april 2013 nam ik deel aan de Dag van de Stadslandbouw in de Doelen in Rotterdam. De dag trok veel belangstellenden. De presentaties en de sessies straalden het enthousiasme uit van een onderwerp dat in de lift zit. Hier een selectie van de belangrijke punten die ik heb meegenomen.

  • Alexandra van Huffelen, wethouder van Rotterdam, constateert dat stadslandbouw uit de hobbysfeer komt, een serieuzer onderwerp wordt en aan schaalgrootte gaat winnen. Stadslandbouw heeft daarbij verschillende verschijningsvormen. Ze denkt daarbij aan boeren die in en dicht bij de stad zitten en gaan produceren voor bewoners van de stad en daarmee de ketens korter maken en herkenbare producten neerzetten. Belangrijk voor opschaling is dat dit op een commercieel aantrekkelijke manier gebeurt. Ze denkt daarbij ook aan gezamenlijk tuinieren in de wijken, wat enthousiasme oproept, samenwerken bevordert en de wijken aantrekkelijker maakt.

    "Uit je eigen stad" in Rotterdam

    “Uit je eigen stad” in Rotterdam

  • Verschillende sprekers roepen de vraag op: wat kan een gemeente doen?  In de eerste plaats kan een gemeente de plekken organiseren. Dat is een kwestie van ruimtelijke inrichting en in de bestaande stad vooral herinrichten. Een tweede rol is het helpen bij het verkrijgen van de nodige vergunningen. Omdat het geen doorsneefunctie is vraagt dat de nodige creativiteit bij het interpreteren van de regels. Ten derde is het “verbinden” een belangrijke rol van de gemeente. Bij lokaal voedsel komen veel beleidsterreinen samen: Ruimtelijke ordening, milieu & duurzaamheid, gezondheid, sociale cohesie, wijkgericht werken, groenbeheer, etc. Tot slot is faciliteren belangrijk, niet met geld, maar met kennis, proceservaring, netwerk, etc. De ervaring leert dat als je met creatieve oplossingen komt, het geld geen probleem hoeft te zijn.
  • Keynote speaker was Michael Ableman. Hij is al zijn hele leven met stadslandbouwprojecten bezig in Californië en in Vancouver. Zijn inzet is om via stadslandbouw “run down neigbourhoods” weer in de lift te krijgen en mensen die aan de rand van de samenleving zijn geraakt weer perspectief in het leven te geven. Dat lukt hem goed. Het is de moeite waard op zijn website rond te kijken: www.fieldsofplenty.com
    In zijn verhaal maakt hij verschillende statements, die aan het denken zetten, zoals:

    • Net als peak-oil (het moment waarop het aanbod van olie de vraag niet meer kan bijhouden) komt er ook een peak-fosfaat aan en dat betekent dat we met de gangbare manier van landbouw, waarin kunstmest onmisbaar is om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden, niet meer door kunnen gaan en een veel grotere diversiteit aan vormen van voedselproductie nodig wordt.
    • Het lijkt alsof werken in de agrarische sector niet meer gewaardeerd wordt. We halen er de goedkoopste arbeidskrachten voor naar ons land, die hier soms onder mensonterende omstandigheden verblijven. Maar om werken in de landbouw op te waarderen, moeten we het wel leuker maken en dat kan door meer benutten van de kringlopen, meer contact met de consument, meer diversiteit aan producten en activiteiten op de boerderij, etc.
    • De bereidheid om een eerlijke prijs te betalen voor voedsel is laag. Het moet allemaal zo goedkoop mogelijk en dat terwijl veel mensen wel bereid zijn de hoofdprijs te betalen voor een auto, flatscreen, merkkleding, etc.Kortom, het kweken, bereiden en eten van voedsel zou weer de centrale rol in ons leven moeten krijgen, die het van oudsher had en ook nu nog verdient!
  • Er is een reeks initiatieven in het land waar je via een abonnement groenten en fruit kunt kopen van een tuin die door professionele tuinders wordt beheerd. Men noemt dat het “pergolasysteem”. Dat heeft het voordeel dat je wel verse, gezonde groenten hebt van dichtbij, maar je hoeft niet in de tuin te werken. Heb je zin om eens lekker met je handen in de aarde te wroeten, dan kan je als vrijwilliger altijd je bijdrage leveren. Mits je goedkope arbeid kunt regelen heb je voor een bedrag van ca. 200 € 8 maanden lang groenten, kruiden, kleinfruit en plukbloemen voor een gezin en dat is niet duurder dan in de winkel. Op de Nieuwe Ronde (www.denieuweronde.nl) in Wageningen doen ze dat al 15 jaar en in Haarlem heeft Stichting De Nieuwe Akker 2 grote tuinen in beheer (www.denieuweakker.nl).

    nieuweronde

    De tuin van de Nieuwe Ronde in Wageningen

 

 

 

 

 

 

 

Er passeerden natuurlijk nog veel meer nuttige en praktische tips, ervaringen en ideeën de revue, die Verspoor Advies, samen met de kennis en ervaring die al in huis is op dit terrein, tot een deskundige partner maken wanneer u lokaal-voedselbeleid in uw gemeente van de grond wil krijgen.  Bent u geinteresseerd? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

 

Masterclass Stedelijk Voedselbeleid bij CAH in Almere

Op 23 januari jl. volgde ik de Masterclass Stedelijk voedselbeleid op de CAH te Almere. Lector Gaston Remmers had de lokaal voedsel pionier Wayne Roberts uit Toronto naar Almere gehaald om ons zijn ervaringen te vertellen. Ik pik er wat observaties uit:

  • centrale boodschap was: ga niet uit van problemen in de voedselvoorziening, maar draai het om en kijk voor welke problemen voedsel een bijdrage aan de oplossing kan leveren: bv. bevorderen gezondheid, verbeteren sociale cohesie, terugdringen mobiliteit, versterking economische basis van de regio, versterken band tussen stad en platteland, etc.
  • Stedelijk voedselbeleid in Toronto vindt zijn oorsprong in gezondheidsbeleid. Ook nu nog kan het daar een belangrijke bijdrage aan leveren: bewuster eten van gezonde producten is belangrijk in de strijd tegen obesitas en andere welvaartsziekten.
  • Katalysator in Toronto was de instelling van een Food Policy Council, een club van mensen uit allerlei geledingen van de samenleving, die allemaal wat met voedsel hadden en die een formele adviesrol van de overheid had gekregen. De Council is vooral een initiator. Als iets op poten staan wordt het snel overgedragen aan andere partijen.
  • Belangrijk om een visie neer te zetten (Toronto Food Charter) die gedragen wordt door het lokale bestuur en die leidend is voor de activiteiten. Zo’n visie moet gebaseerd zijn op gegevens over de feitelijke situatie. De studie “Who feeds Bristol” is daarvoor een erkend voorbeeld.
  • De Food Policy Council is een echte netwerk-club. In zo’n setting kan je allerlei verbindingen leggen tussen beleidsterreinen en sturen op synchroniciteit van allerlei activiteiten. Daarmee bereik je een aanzienlijke meerwaarde in kwaliteit van je projecten.
  • Als je in een gebied woont met een eenzijdige agrarische structuur, bv. de veenweidegebieden in het Groene Hart, kijk dan eens hoe de voedselproductie vroeger was. Die laat altijd een veel grotere diversiteit zien en daar kan je op proberen aan te sluiten. Teruggrijpen op de geschiedenis versterkt ook de identiteit van het gebied.
  • Sky farming, dat wil zeggen het benutten van platte daken voor voedselproductie, is in Toronto een succesverhaal. Als je toch groene-daken maakt, waarom dan geen eetbare planten op het dak? Belangrijk voor waterbuffering en koeling. Als het bovenop een bedrijfspand doet, dan is het aantrekkelijk om de oogst meteen in de bedrijfskantine te verkopen. Het biedt ook plek voor vergaderen in een totaal andere setting.

Ik ga deze en andere punten in ieder geval toepassen in mijn project voor het RIVM om de GezondOntwerpWijzer te actualiseren en in mijn activiteiten voor de voedselwerkgroep van de Stichting Duurzaam Bodegraven-Reeuwijk

Project Energie en Ruimte afgerond

De afgelopen periode heeft Verspoor Advies voor het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gewerkt aan het in kaart brengen van de ruimtelijke aspecten van de energietransitie. Op basis van een veelheid aan bronnen is de impact van die transitie geschetst en die is ingrijpend. Op dit moment wordt 4 % van de energie die we in Nederland gebruiken op een duurzame manier opgewekt en dit percentage is de afgelopen jaren nauwelijks toegenomen. Dan hebben we het over wind, zon en bijstook van biomassa in centrales. Dat percentage moet in 2050 op vrijwel 100 % liggen, een toename met een factor 25 ten opzichte van nu. Daar kan men op een beperkte, sectorale manier naar kijken en in beeld brengen wat het aan ruimte kost om windmolens, zonnepanelen en nieuwe hoogspanningsverbindingen een plek te bieden. Ook dan hebben we het over een majeure opgave. Die opgave is echter nog veel groter en uitdagender wanneer we de energietransitie zien als een integraal onderdeel van de verduurzaming van onze economie en ons maatschappelijk functioneren. Dan is het mogelijk kansen te benutten die ontstaan in samenhang met vernieuwing van productieprocessen, toepassen van het principe van een circulaire economie, sturing van energiegebruik via smart grids en verandering van mobiliteitssystemen en -gedrag. Dit heeft allemaal zijn ruimtelijke weerslag en komt aan de orde wanneer we op de verschillende schaalniveaus bezig zijn met duurzame gebiedsontwikkeling. Duidelijk is dat niet meer woningbouw, aanleg van bedrijfsterreinen, maar de energietransitie in de toekomst een belangrijke drijfveer zal zijn om gebiedsprocessen aan te zwengelen.

Atlas Leefomgeving en GezondOntwerpWijzer gelanceerd

Op 26 januari was ik aanwezig bij de lancering van de website Atlas Leefomgeving. Ik was daarbij omdat ik op het ministerie veel gedaan heb aan het onderwerp Milieu & Gezondheid. Een van onze producten was de GezondOntwerpWijzer (GOW) en die GOW is gekoppeld aan de site van de Atlas Leefomgeving. De gedachte daarachter is dat het wel interessant is wanneer je weet hoe het zit met de kwaliteit van je eigen leefomgeving, maar dat het dan vervolgens belangrijk is om een handelingsperspectief te hebben, als je die kwaliteit wil verbeteren. Nu, daar is de GOW een inspiratiebron voor.  Wanneer je een bestaand gebied op de schop neemt of een nieuwe ontwikkeling aan het plannen bent, bevat deze site nuttige aanbevelingen en praktijkvoorbeelden.
Vanuit de kennis van dit thema kan Verspoor Advies u helpen met de concrete vertaling naar uw eigen gemeentelijke situatie en de juiste aangrijpingspunten bepalen voor een gezondere leefomgeving.

Er was in de Deventer Schouwburg, waar de lancering plaatsvond, overigens veel belangstelling voor de Atlas. Bestuurders uit Gelderland en Overijssel hebben van begin af aan meegewerkt en toonden samen met Staatssecretaris Atsma  enthousiasme voor deze site. Uit het verhaal van de Maastrichtse professor Ad Ragas bleek wel dat je met het interpreteren en toepassen van dit soort gegevens zorgvuldig om moet gaan en dat bewoners meer geïnteresseerd zijn in wat nu precies de gezondheidseffecten zijn dan in een decibellen- of microgrammen-getal.

Sessie streekvoedsel op netwerkdag Platform DGO

We begonnen de sessie met een rondje waarom lokaal voedsel belangrijk is. Dan kom je tot een keur aan argumenten: het beperkt voedselkilometers, versterkt de identiteit van je regio (glocalisering), smaak, kwaliteit en gezondheid, verscheidenheid in producten, versterkt lokale economie, draagt bij aan zorg voor het landschap, goed voor toerisme, herstelt eetcultuur, etc. De noodzaak hier iets mee te doen is dus overduidelijk. Als je vervolgens naar de initiatieven kijkt, dan is het allemaal nog erg kleinschalig, het hangt van vrijwilligerswerk aan elkaar, economisch kan het nauwelijks uit. Dat hangt natuurlijk samen met de pioniersfase waarin we zitten met dit onderwerp, maar er is ook de vraag of je uberhaupt tot een substantieel aandeel voedsel dat lokaal geproduceerd en geconsumeerd wordt kunt komen. Ons gevoel is dat het daar niet in eerste instantie om gaat. Het stimuleren van het eten van lokaal voedsel heeft zoveel indirecte voordelen dat het de moeite waard is te bevorderen, ook al zal het niet gauw een grote omvang aannemen. Denk bijvoorbeeld aan het educatieve aspect, of aan het belang voor de branding van de regio, of als drager voor bredere gebiedsontwikkelingsprojecten.
We benadrukken dat er niet alleen gewerkt moet worden aan de aanbodkant. Er moet ook een groep mensen zijn die lokale producten wil kopen. Moet je dat ook bevorderen? Ik denk dat er een trend aan de gang is die voor zo’n omslag zorgt. Een land als Duitsland is hierin bijvoorbeeld al veel verder en de first lady van de VS zet een geweldig symbool neer door een groentetuin bij het Witte Huis aan te leggen.
In onze sessie zagen we wel wat in de Iphone aanpak: Bied een platform, waarbinnen initiatiefnemers kunnen functioneren, op een vergelijkbare manier als de aanbieders van apps. Vraag is wie dan zo’n platform moet organiseren. Het voorbeeld van Amersfoort, waar gemeente, marktpartijen en maatschappelijke groepen samenwerken, biedt hiervoor perspectief.
Tot slot is een belangrijke notie in de groep: pak het vooral niet bureaucratisch aan. Wees ondernemend, inventief en maak slimme verbindingen. Zo moeten ook overheidspartijen er in staan.

Kijk naar je omgeving door de bril van voedsel

We kijken allemaal door een  bepaalde bril naar onze omgeving. Afhankelijk van de situatie waarin we verkeren zetten we ook nog eens een andere bril op: die van burger, professional, ondernemer, recreant, noem maar op. Carolyn Steel kijkt in haar boek “The hungry city” vanuit de bril van voedsel naar de ontwikkeling van steden en samenlevingen. Op welke manier heeft de noodzaak, dat alle inwoners van steden elke dag opnieuw weer eten op tafel moeten hebben, de ontwikkeling van die steden beinvloed? En hoe zou het zijn wanneer we naar de inrichting en herinrichting van steden en gebieden met de voedselbril op zouden kijken? Want dat doen we eigenlijk nauwelijks meer. We bouwen en verbouwen steden met de bril op van mobiliteit, wonen, bedrijvigheid, ontspanning, maar niet van voedsel en juist dat voedsel zou de komende decennia wel eens een hele kritische factor kunnen worden als het gaat om het oplossen van het klimaatprobleem.